Een homilie is een verhandeling waarin een gedeelte uit de Bijbel gelezen en toegelicht wordt. Het doel hierbij is dat de hoorders de boodschap uit de voorgelezen tekst beter begrijpen, zodat de tekst zelf tot hen spreekt. Om dit doel te bereiken wordt de tekst zelf centraal gesteld en toegelicht, bijvoorbeeld door een parafrase of commentaar. Omdat een homilie Gods woord zelf probeert te volgen, heeft een homilie meestal geen formele inleiding, onderverdeling in punten of conclusie.

Achtergronden van de homilie

Als het over de achtergronden van de homilie gaat is het belangrijk dat we ons realiseren dat lang niet alle eerste Christenen  in staat waren zelf de Bijbel te lezen (of zelfs heel veel niet). De gewoonte was daarom dat op zondag eerst een deel uit de Bijbel werd gelezen, waarna dit toegelicht werd door de bisschop.

De nadruk ligt bij deze toelichting op de uitleggen van de tekst, zodat de hoorder het beter begrijpt, en niet op de literaire vorm. Vandaar ook dat een homilie vaak ook geen aparte inleiding heeft, met als doel de aandacht van de hoorder op te wekken. Het is wel redelijk gebruikelijk dat het verband van de tekst behandeld wordt als inleiding. De inleiding is dan meteen functioneel, en draagt bij tot een beter begrip van het te verklaren gedeelte.

Calvijn is een bekende homileet, ook bij hem valt de nadruk op de verklaring van de tekst, en niet op de oratorische vorm van de preek. Bij een homilie over Psalm 27:81Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE, Psalm 27:8. heeft hij bijvoorbeeld geen langere inleiding dan:zoals de mensen zich in een wonderlijke verwarring storten als zij hun begeerten en verlangens de vrije teugel geven, zo is het ook een grote wijsheid voor hen als zij onderzoeken wat God hen geboden heeft, om dat na te volgen. En daarvan hebben wij hier een schoon voorbeeld. Direct na deze inleiding volgt de eigenlijke uitlegt.

Het doel van deze inrichting van de homilie is om de Schrift, en daarmee God zelf, aan het woord te laten. De hoorder komt niet om te luisteren naar wat de prediker hem vertelt, maar wat God tot hem spreekt. Ten grondslag hieraan ligt de gedachte dat God zelf spreekt als de Schrift verklaard wordt.

Verklarende prediking (expository preaching)

Nauw verwant aan de homilie is het moderne begrip ‘verklarende prediking’ (beter bekend onder de Engelse term ‘expository preaching’). De gedachte hierbij is, evenals bij een homilie, dat een prediker niets anders moet doen dan ervoor zorgen dat de oorspronkelijke boodschap overkomt bij de hoorders. Kort gezegd: het punt van de tekst is het punt van de preek. De structuur, de nadruk en de boodschap van de preek vloeien direct voort uit de tekst.

De prediker hoeft geen ingewikkelde arbeid te doen om ervoor te zorgen dat het woord vrucht draagt. De prediker is een zaaier, hij zaait het zaad. Hij hoeft zich niet bezorgd af te vragen hoe lang het zal duren voor het zaad zal groeien: hij moet het alleen maar zaaien en water geven, en God doet de rest. Gods woord heeft kracht om de hoorders te bekeren, omdat het Gods woord is.  Het uitleggen en verklaren van de Schrift is in zichzelf de verkondiging van het Evangelie.

Een duidelijke uitleg van het begrip ‘verklarende prediking’ is te vinden op de site van Christus’ Kerk Lelystad (die overigens geen verband heeft met deze site). De betekenis en noodzaak van verklarende prediking.

Lectio continua

Vanuit deze zelfde grondgedachte (dat God zelf spreekt als de Bijbel verklaard wordt) werd in de oude kerk ook de lectio continua methode gehanteerd, dat is de opeenvolgende behandeling van een Bijbelboek. De bekendste homileet uit de kerkgeschiedenis, Johannes Chrysostomus, heeft meer dan 700 homilieën nagelaten, waarin hij veel Bijbelboeken volledig behandeld heeft. Kenmerkend voor zijn homilieën (en ook wel in het algemeen) is dat daarin doorgaans meer dan één vers behandeld wordt. Zo behandelt hij de hele brief aan de Hebreeën in 34 homilieën. Hierbij valt de nadruk meer op de samenhang van het geheel en de redenering van de schrijver. Binnen dit gedeelte kan de homileet er vervolgens zelf voor kiezen om bepaalde delen extra nadruk te geven.

Verschil met een preek

Naast de homilie staat de preek. Daarbij ligt de nadruk niet zozeer op het toelichten van de gedachte achter een tekst, maar op het bespreken van een thema. De Bijbel wordt daarbij voornamelijk gebruikt als bron van autoriteit, maar niet zozeer als voorschrijver van de inhoud. Ook deze vorm kwam al voor in de vroege kerkgeschiedenis. Denk aan de prediking op de Christelijke feestdagen. Bij een preek over de kruisiging ligt de nadruk niet zozeer op de kruisiging an sich, maar bijvoorbeeld op de voorrechten die daaruit voortkomen.

Een ander bekend voorbeeld zijn de oraties van Gregorius van Nazianze, die zeer bedreven was in de retorica. Al deze oraties hebben een thema, zoals bijvoorbeeld de menswording van Gods Zoon. Dit thema wordt vervolgens vanuit verschillende perspectieven belicht, maar niet door een Schriftgedeelte van vers tot vers uit te leggen. Daardoor zijn deze oraties niet zozeer te classificeren als homilie, maar meer als preek. Uiteraard is er een grensgebied bij de overgang van een homilie naar een preek. Ook in een homilie kan een predikant een parallel trekken met een ander hoofdstuk, of dieper ingaan op bepaalde (actuele) thema’s of juist minder diep.

Een belangrijke vraag bij het vaststellen van het verschil tussen een homilie en een preek is: bepaalt de tekst wat er behandeld wordt, of bepaalt het thema wat er behandeld wordt? In het laatste geval is er duidelijk sprake van een preek. Een kenmerk daarvan is ook dat er geen nauw verband bestaat tussen de preek zelf en de gekozen tekst. Een voorbeeld hiervan is een preek over Godsvrees van Richard van sint Victor. Hij koos als tekst: vrees God en houd Zijn geboden, Pred. 12:3, maar hij zou net zo goed een andere tekst hebben kunnen kiezen die hetzelfde thema benoemt, zoals bijvoorbeeld: welgelukzalig is de man die de HEERE vreest, Psalm. 112:1.

Opbouw van een preek

Conform hun verwantschap aan de retorica hebben thematische preken ook een vollediger inkleding dan homilieën. Zo zijn ze voorzien van een inleiding, uitwerking en slot, waarbij de inleiding niet ten dienste staat van de verklaring, maar ook bedoeld is om de interesse te wekken.

In de uitwerking van de preek zelf is het gebruikelijk dat het thema in hoofdpunten (vaak 3) behandeld wordt. Afhankelijk van de gevolgde methode kunnen ook deze hoofdpunten weer onderverdeeld worden. Een logisch gevolg hiervan is dat er vaak een bepaalde afstand ontstaat tussen datgene wat besproken wordt en de gekozen tekst.

Een voorbeeld hiervan is een preek van James Durham, over Lukas 10 vers 42, die als thema heeft: één ding is nodig. Dit ene thema wordt in de volgende punten onderverdeeld:

  1. De meest noodzakelijke stelregel die door onze Heere wordt gegeven
  2. Christus’ goedkeuring van de keus van Maria tegenover de zorg van Martha
  3. De reden van deze goedkeuring, die deze waarheid verder bevestigt: dat er maar één ding absoluut nodig is.

Hiervan behandelt Durham alleen het eerste punt (deze preek is als enige bewaard uit een oorspronkelijke serie van acht, die alle hetzelfde thema behandelden). Dit punt wordt op zijn beurt ook weer onderverdeeld in twee vragen: (1) wat dit ene is (2) hoe dit ene nodig is. De eerste vraag (wat dit ene is) wordt opnieuw onderverdeeld in twee vragen: (a) wat het wel is (b) wat het niet is. De tweede vraag (hoe dit ene nodig is) wordt beantwoord door twee stellingen: (a) dat een mens met al het andere, zonder dit ene, niet gelukkig kan zijn (b) dat een mens met dit ene, maar zonder al het andere, niet ongelukkig kan zijn.

Uit deze verdeling blijkt al dat er ten opzichte van de tekst een bepaalde afstand ontstaat, die bij een homilie kleiner zou zijn. Dit blijkt nog duidelijker als gelet wordt op het voorkomen van de namen ‘Martha’ en ‘Maria’ in de preek. Beide namen komen daar (los van de inleiding) slechts één in keer voor, iets wat bij het het volgen en parafraseren van de tekst in een homilie ondenkbaar is. Overigens wil dat niet zeggen dat een homilie hier automatisch de voorkeur geniet boven een preek. De nadruk zou hier zowel in een homilie als in een preek vallen op het ene nodige.

Zoals ik schreef was deze preek onderdeel van een serie van acht preken over dit thema, dit is eveneens kenmerkend voor thematische preken. (Niet in die zin dat hetzelfde thema altijd in meerdere preken behandeld wordt, maar dat hetzelfde thema, met dezelfde tekst, in meerdere preken behandeld kan worden). Een ander voorbeeld hiervan zijn de 145 preken die Bernardus Smytegelt gehouden heeft over het thema ‘het gekrookte riet’.

In extremis kunnen thematische preken resulteren in preken over een buiten-Schriftuurlijke stof, zoals bijvoorbeeld de Maria-hemelvaart.

Historie

Joodse wortels

De homilie vindt zijn oorsprong in de Joodse derasha, dat is een vorm van Schriftuitleg waarbij de woorden gelezen en verklaard worden, meestal door een rabbijn in een synagoge. Het woord ‘derasha’ is afgeleid van een ander woord wat ‘onderzoek’ of ‘interpretatie’ betekent. Centraal hierbij staat de vraag wat Gods woord zegt. Door de eeuwen heen zijn veel van deze interpretaties op schrift gesteld. Deze lectuur wordt de ‘midrash’ genoemd (het woord ‘midrash’ is afgeleid van dezelfde stam als het woord ‘derasha’). Een bekend midrash-geschrift is Bereshit of Genesis Rabbah.

Deze methode (het lezen en tegelijk verklaren van wat er gelezen wordt) is ook in het Oude Testament terug te vinden. Zo werd Gods wet voorgelezen voor de uit de ballingschap teruggekeerde Joden, terwijl het gelezene tegelijkertijd toegelicht werd, zodat de mensen begrepen wat er gelezen werd, Neh. 8:9. In het Nieuwe Testament is Jezus Christus zelf een voorbeeld, zoals in Lukas 4 beschreven staat. Hij ging naar de synagoge, kreeg daar het boek Jesaja en las hoofdstuk 61. Toen Hij klaar was met lezen keek iedereen naar Hem om te luisteren wat Hij zou gaan zeggen, volgens de gewoonte, en Hij zei: vandaag is deze Schrift in uw oren vervuld.

De vroege kerk

Deze goede Joodse gewoonte is door de Apostelen en kerkvaders overgenomen. Overigens pleit het voor de Joden dat Paulus, hoezeer hij hen ook berispt, hen nergens berispt omdat zij Gods woord, wat aan hen toevertrouwd was, Rom. 3:2, niet goed bewaard zouden hebben. Omdat wij inmiddels bijna 2.000 jaar na de vroege kerk leven, zijn er relatief weinig homilieën bewaard. Veel van het bewaarde is ook verloren gegaan, en daarnaast gaven de kerkvaders er wellicht ook de voorkeur aan om andere boeken te schrijven.

Desondanks zijn er verschillende homilieën uit de vroege kerk bewaard gebleven. Bekende homileten uit de vroege kerk zijn Origenes, Hieronymus, Chrysostomus en Augustinus. Allen hebben zij homilieën nagelaten. Deze homilieën werden vervolgens, ook al in de vroege kerk, weer door anderen gebruikt bij het vormen van hun eigen homilieën.

Dit laatste, dat homilieën bewaard en weer door anderen gebruikt werden, was onderdeel van een ontwikkeling die uiteindelijk resulteerde in de opkomst van preken. Rond de 6e en 7e eeuw ontstond de trend om de te lezen Schriftgedeelten voor het hele jaar vast te leggen in een boek: het lectionarium. Dit lectionarium bevatte voor alle aangewezen zondagen (en een aantal extra dagen) aangewezen Schriftgedeeltes, zodat in elke Christelijke kerk op dezelfde dag hetzelfde Schriftgedeelte gelezen werd.

Het was niet zo dat er elk jaar een nieuw lectionarium gemaakt werd (dat was ook praktisch onmogelijk in die tijd), waardoor de te lezen Schriftgedeelten voor decennia vastgelegd werden, en de teksten die niet in het lectionarium opgenomen waren in de vergetelheid raakten. Een bijkomend nadeel van deze opzet was dat de lectio continua methode verlaten werd, omdat het simpelweg niet mogelijk was om al deze hoofdstukken in te passen in het lectionarium.

De middeleeuwen

Op deze trend volgde een andere: het vastleggen van standaard homilieën voor de in het lectionarium vastgelegde teksten. Deze homilieën werden verzameld uit de geschriften van de kerkvaders en vastgelegd in een homilarium. Iedere bisschop die een homilarium tot zijn beschikking had kon deze gebruiken bij de voorbereiding van zijn eigen homilie, of hij kon ervoor kiezen deze homilie voor te dragen in plaats van een eigen homilie. Het gevolg was dat het zoeken naar de betekenis van een tekst naar de achtergrond verdween, dat was immers al gebeurd en alles stond in het homilarium. Bijkomend gevolg was preken daardoor minder ‘uitdagend’ was.

Als tegenreactie op de homilieën die al vastgelegd waren (of als middel om toch ‘nieuwe’ preken te kunnen maken) ontstond de gewoonte om thematisch te preken. De prediker kon zich dan gewoon houden aan het voorgeschreven gedeelte uit het lectionarium, maar toch een totaal andere boodschap brengen aan de hand van het gekozen thema. Een andere mogelijkheid was dat de prediker naast de preek over het gedeelte uit het lectionarium nog een extra preek hield over een tekst naar keuze.

Ondanks deze ‘creatieve’ oplossing was een grote afstand ontstaan ten opzichte van de kerkvaders. Zelfs het voorlezen van hun eigen homilieën staat haaks op hun omgang met de Bijbel.  Zij zelf hadden steeds gezocht naar de betekenis van een tekst, en daarbij wel gelezen wat anderen schreven, maar toch steeds zelf een keus en afweging gemaakt. Bij het lezen en gebruiken van hun homilieën werd er echter van uitgegaan dat de verklaring al ‘gevonden’ was. Daarbij komt dat de kerkvaders op deze manier een bepaalde autoriteit kregen, die zij volgens hun eigen zeggen aan Gods woord alleen ontleenden. Deze situatie creëerde een voedingsbodem voor het humanisme (wat een terugkeer naar de bronnen voorstond), wat uiteindelijk resulteerde in de reformatie.

De reformatie

De reformatie betekende niet alleen een radicale breuk met veel gewoonten in de kerk (zoals: de beelden of de verering van heiligen), maar ook een radicale wijziging in de prediking.

De grondgedachte van het humanisme (terug naar de bronnen), werd ook doorgevoerd in de prediking. Niet langer stond de altijd gegeven verklaring centraal (uit de homilaria), of het altijd gelezen hoofdstuk (uit de lectionaria) maar Gods woord zelf. Dit betekende echter niet dat de reformatoren niet geïnteresseerd waren in de kerkvaders. Juist dat de kerkvaders zelf op die manier omgingen met Gods woord, zorgde voor veel belangstelling voor geschriften uit de vroege kerk. Deze geschriften werden gedrukt, en soms ook vanuit het Grieks naar het Latijn vertaald, zodat ze voor een breder publiek toegankelijk werden.

Het waren in het bijzonder de homilieën van Johannes Chrysostomus die in trek waren, en die ook in de reformatie een grote invloed uitoefenden. Voor iedereen werd duidelijk dat Chrysostomus in zijn gemeente Gods woord op een andere manier verkondigde dan inmiddels gebruikelijk was geworden. Ook hierin keerden de reformatoren terug naar de bron, een duidelijk kenmerk daarvan is het opnieuw hanteren van lectio continua.

Wolfgang Capito was reeds in 1518 gestart met het bepreken van de brief aan de Romeinen volgens de lectio continua methode, en op 1 januari 1519 begon Ulrich Zwingli met een lectio continua behandeling van het Evangelie van de heilige Mattheüs. Hierin werd hij nagevolgd door verschillende andere reformatoren. Zo begon Martin Bucer in het jaar 1521 met de lectio continua behandeling van het Evangelie van de heilige Mattheüs (net als Zwingli) en Johannes Oecolampadius begon in het najaar van 1523 met de eerste brief van de heilige Johannes.

Het feit dat onbekende delen uit de Bijbel behandeld werden, en ook op een eenvoudige manier verklaard werden, zodat de mensen begrepen wat er stond, zorgde voor een enorme revolutie in de prediking, zodat deze soort systematische Bijbelse prediking de mensen in zuid-Duitsland voor de reformatie won, zoals Hughes Oliphant Old schrijft.

In de kerken van de reformatie is dit een tijd lang gebruikelijk geweest. Zo werd op de synode van Dordrecht in 1574 bijvoorbeeld besloten dat er niet gepreekt zou worden uit het lectionarium, maar dat een Bijbelboek ordelijk opeenvolgend behandeld zou worden (dus volgens de lectio continua methode), bij voorkeur uit het Nieuwe Testament.

Na verloop van tijd verschoof de focus, met de opkomst van scholastiek, echter opnieuw naar thematische prediking.


  • 1
    Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE, Psalm 27:8.