Over de liefde (1 Korinthe 12)
Als ik spreek in de tongen van menselijke wezens en van Engelen, maar geen liefde heb, dan ben ik een luidende gong en een klinkende cymbaal geworden, vers 1. Toen hij de vergelijking maakte noemde hij als eerste de gift van tongen, aangezien die door hen beschouwd werd als een…
Lees meer
Over de sluier van Mozes (2 Korinthe 3)
Daarna, aangezien hij hen enerzijds een klap uitgedeeld had, en anderzijds een waar getuigenis gegeven had over zichzelf, voelde hij zich verplicht om verder te gaan: beginnen wij nu onszelf opnieuw aan te bevelen, vers 1? Het was niet aan ons om dit te zeggen, het was veeleer aan u,…
Lees meer